direct naar inhoud van Regels
Plan: Buitengebied, herziening Alvershool 1
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0820.BPBGAlvershool1-D001

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 plan:

het bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Alvershool 1’ met identificatienummer IM.RO.0820.BPBGAlvershool1-D001 van de Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten;

1.2 bestemmingsplan Buitengebied

het bestemmingsplan Buitengebied Nuenen zoals vastgesteld op 1 november 2018.

Artikel 2 Algemene bepaling

Op dit bestemmingsplan zijn van toepassing de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Nuenen’, zoals die zijn vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 1 november 2018.

Hoofdstuk 2 Herzieningsregels

Artikel 3 Herziening bestemmingsplan Buitengebied Nuenen

3.1 Verbeelding

Op de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Nuenen’, zoals vastgesteld op 1 november 2018, wordt ter plaatse van het perceel Alvershool 1:

  • de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Gemengd landelijk gebied’ gelegd;
  • de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – paardenhouderij met kinderdagverblijf’ aangegeven;
  • de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – mestplaat’ aangegeven;
  • de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 1’ aangegeven.

3.2 Regels

De regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Nuenen’, zoals vastgesteld op 1 november , worden als volgt herzien.

3.2.1 Begrippen

Aan artikel 1 ‘Begrippen’ wordt na de begripsbepaling ‘1.13 agrarisch grondgebruik’ het begrip ‘1.13a agrarisch kinderdagverblijf’ toegevoegd, met de volgende definitie:

‘Een agrarische nevenfunctie in de vorm van een kinderdagverblijf en/of buitenschoolse opvang van kinderen met dieren’.

3.2.2 Bestemmingsomschrijving

Aan artikel 3.1 ‘Bestemmingsomschrijving’ wordt na het bepaalde onder j. het volgende nieuwe doeleinde toegevoegd:

‘k. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke aanduiding van agrarisch met waarden – paardenhouderij met kinderdagverblijf’: een productiegebonden paardenhouderij en een agrarisch kinderdagverblijf met buitenschoolse opvang.’

3.2.3 Binnen bouwvlak

Aan artikel 3.2.1 ‘Binnen bouwvlak’ wordt na het bepaalde onder i. de volgende regel toegevoegd:

‘j. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 1’ mogen bouwwerken worden gebouwd ten behoeve van een paardenhouderij met agrarisch kinderdagverblijf, met een gezamenlijke oppervlakte van:

    • 1. paardenhouderij: maximaal 6.000 m2, exclusief de bedrijfswoning;
    • 2. kinderdagverblijf/buitenschoolse opvang: maximaal 1.000 m2, waarvan maximaal 500 m2 gebruiksoppervlak volgens NEN 2580 voor het kinderdagverblijf/de buitenschoolse opvang per bouwlaag in maximaal 2 verdiepingen.’

3.2.4 Specifieke gebruiksregels

Aan artikel 3.4 ‘Specifieke gebruiksregels’ wordt na het bepaalde onder n. de volgende regel toegevoegd:

‘o. De nevenfunctie agrarisch kinderdagverblijf/buitenschoolse opvang is toegestaan tot een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 1.000 m2, waarvan maximaal 500 m2 gebruiksoppervlak volgens NEN 2580 voor het kinderdagverblijf/de buitenschoolse opvang per bouwlaag in maximaal 2 verdiepingen.’

3.2.5 Voorwaardelijke verplichting

Na artikel 3.4 wordt artikel 3.4a ingevoegd, dat als volgt luidt:

'3.4a Voorwaardelijke verplichtingen

Het gebruik zoals omschreven in artikel 3.4 onder o is alleen van toegestaan onder de voorwaarde dat:

  • a. op eigen terrein minimaal 16 parkeerplaatsen worden aangelegd en in stand worden gehouden ten behoeve van parkeren en bezoekersparkeren, waarbij de afmeting van een parkeervak tenminste 5,5 m x 2,5 m dient te bedragen;
  • b. de landschappelijke inpassing, conform het in bijlage 1 bij deze regels opgenomen beplantingsplan, geheel is gerealiseerd vóór ingebruikname van de paardenhouderij en/of het kinderdagverblijf, en in stand wordt gehouden;
  • c. de karakteristieke gevelwering (G A;k) in verband met geluid vanwege wegverkeer minimaal het volgende bedraagt:
    • 1. bij bedgebied kinderdagverblijf: G A;k minimaal geluidbelasting minus 28 dB;
    • 2. bijeenkomstgebied kinderdagverblijf: G A;k minimaal geluidsbelasting minus 33 dB;
  • d. de toename van de afvoer van afstromend regenwater wordt gecompenseerd conform de beschreven maatregelen van het waterplan in bijlage 2 van de regels.



 

Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels

Artikel 4 Overgangsrecht bouwwerken

4.1 Overgangsrecht bouwwerken

Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt:

  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het wijzigingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  • 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

4.2 Overgangsrecht gebruik

Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt:

  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.


Artikel 5 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Buitengebied, herziening Alvershool 1'.